De Vechtstreek: Oudste tijd

Bewoning uit de late prehistorie vinden we op de destijds bewoonbare oeverwallen van de Vecht, die vooral in het zuidelijk deel nog niet door het veen afgedekt waren geraakt. Nederzettingen zijn bekend uit de vroege, midden- en late ijzertijd op verschillende locaties, zoals Breukelen en in de Aetsveldse polder ten zuiden van Weesp. Parallellen zijn ook gevonden langs de Gein, zoals te Baambrugge en Abcoude. De bewoning lijkt rond 200 voor Christus voor een belangrijk deel af te breken. Uit het bestaan van prehistorische waternamen mogen we afleiden dat er nog wel bewoning is gebleven, waardoor de oude waternamen tot op het moment van schriftelijke vastlegging mondeling zijn doorgegeven. In het noordelijk deel van de Vecht waren de oeverwallen vermoedelijk al vroeg door veen afgedekt en is laat-prehistorische bewoning niet aannemelijk. De meest noordelijke bewoningssporen uit die tijd komen uit de omgeving tussen Hinderdam en Weesp (zie geosite 4 en geosite 5).