Geosite 17 Horstermeerpolder ©

Een badkuip die alsmaar van onderaf wil vollopen: dat is de Horstermeerpolder. Steeds speelt hier de vraag welk grondgebruik we in de polder willen hebben en hoe nat het daarvoor mag zijn. De Horstermeerpolder is een voorbeeld van de strijd tegen het water pur sang.

horstermeerpolder

Een natuurlijk meer
Voor het ontstaan van het Horstermeer kunnen we naar zijn grote broer kijken: het Naardermeer. Beide meren ontstonden vanuit een meanderbocht van de Vecht. Wind en golfslag sloegen stukken van de buitenbocht weg, waardoor de bocht wijder werd. Het slappe veen sloeg gemakkelijk weg. Het wegslaan van de oevers stopte, net als bij het Naardermeer, in een zone waar de zandondergrond te ondiep lag. Tegelijk kwam (en komt) water uit de heuvels van het Gooi via de ondergrond naar boven. Daardoor werd het meer continu gevoed. Dit zogenaamde kwelwater was deels zoet, deels brak van aard.

Gebruik en ontginning

gebruik en ontginning
Het open water diende lange tijd vooral als bron voor levensonderhoud. Er werd gevist, eenden gevangen en hout en riet geoogst. Daarnaast was het een gebied waar de omliggende polders hun overtollige water op loosden. Kooplieden uit Amsterdam zagen in 1629 kans om het gebied te bedijken. Om het water af te voeren werd om het meer een sloot aangelegd: een ringsloot. Daardoor stopte het wegslaan van de oevers definitief. Het meer werd daarna drooggelegd (zie basistekst ‘droogmakerijen en polders’). De problemen daarmee, vooral de sterke kwel, leidden er toe dat in 1636 met droogmalen werd gestopt. De kosten waren eenvoudigweg te hoog. De ringsloot werd gedempt en het meer van de hand gedaan. Het duurde tot 1882 voor een nieuwe poging door een maatschappij succesvol was (figuur 1). Daarvoor waren heel specifieke ingrepen noodzakelijk. Een dicht net aan sloten moest het continu uittredende kwelwater opvangen, met daarop aangesloten een systeem van weteringen. Een krachtig, groot stoomgemaal zorgde vervolgens voor het wegpompen van het water. De manier waarop ze de grond gebruikten werd afgestemd op de diversiteit aan grondsoorten en kwel binnen de laaggelegen polder (figuur 2). Zo werd op de natste gronden bos aangeplant, terwijl het overige deel voor tuinbouw werd ingericht.
De waterbeheersing bleef echter moeizaam, en in 1939 liet men 200 hectare opnieuw ontginnen. Het droogmalen van de polder zorgde voor het zakken van grondwater en daarmee de bodem op andere plekken, zoals in Ankeveen (zie geosite 14-16).

Een mislukte herontwikkeling

mislukte herontwikkeling
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd er opnieuw gebruik gemaakt van de natuurlijke omstandigheden. Het gebied werd bewust onder water gezet, onder meer als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Na de bevrijding moesten er daarom maatregelen worden genomen om het gebied weer bruikbaar te maken. Men dacht ten behoeve van een efficiëntieslag kavels te kunnen vergroten, met dus minder sloten. Dat pakte desastreus uit! Voor landbouw was het gebied veel te nat. Kort daarna werd een nieuwe functie voor het gebied gevonden, in de vorm van een ontvangststation voor radiogolven. Dat werd het NERA-gebouw aan de nieuw aangelegde Radioweg, de evenknie van Radio Kootwijk op de Veluwe.
In het zuiden van de polder was sprake van een rijkelijk aanwezige kwel. Dat opwellend water bracht ijzerdeeltjes uit de ondergrond mee, waardoor het water boven de grond een roestige kleur kreeg. Die situatie werd vanaf 1993 juist gezien als een meerwaarde. Dit gebied werd daarom een natuurontwikkelings- en waterbergingsgebied (figuur 3). De natuuropgave is een belangrijke toekomstige ontwikkeling in de Horstermeer, al is een deel van de bewoners het daar niet mee eens.

Opgesomd: wat herkennen we nog?

  • De Horstermeerpolder als agrarische eenheid, met een uiterst smalle slotenverkaveling, en een wegennet en ontwateringspatroon dat deels uit 1882, deels van na de Tweede Wereldoorlog dateert.
  • Herkenbare ringdijk en gemaal.
  • Een aantal boerderijen en tuinderswoningen met omliggende erven die de vroege agrarische fase van de Horstermeerpolder illustreren, en die in ouderdom ook de gefaseerde ingebruikname van de polder laten zien.
  • Relicten van kassen als relict van teloorgegane tuinbouwactiviteiten.
  • De gebouwen van het NERA-radiostation (beschermd als gemeentelijk monument), vrijstaand in het landschap.
  • Natuurontwikkelingsgebied rond het radiostation als kenmerk van een ter plekke drassiger ondergrond.

Beheerder: particulier, Natuurmonumenten www.natuurmonumenten.nl/natuurgebieden/horstermeerpolder