Geosite 18-19-20 Groot Wasmeer, ’t Bluk en Leeuwenkuil: Europese woestijnen rond de Laarder Wasmeren ©

Het uiterste zuiden van de Zuiderheide, tussen het Groot Wasmeer en ’t Bluk, bestaat uit stuifzand. Feitelijk is zo’n stuifzandgebied een Europese woestijn. Op de kale, droge en uiterst voedselarme duintjes wil nauwelijks vegetatie groeien. Bij droog weer en een stevige wind zie je het zand nog steeds verstuiven en kunnen duinen zich nieuw vormen of vergroten. Hoe kan zo’n stuifzand ontstaan en sinds wanneer ligt het hier? En hoe kan in zo’n stuifzandgebied het Groot Wasmeer zijn ontstaan?

groot wasmeer bluk leeuwenkuil

Het zand dat hier ligt is ooit gebracht door de poolstormen van de laatste ijstijd. Dit zand is arm aan voedingsstoffen en kan water moeilijk vasthouden. Wanneer van dit zand het bos of de heide wordt weggehaald, groeit de vegetatie niet zo gemakkelijk terug en kan het kale zand gaan verstuiven. Een stuifzandplek kan zich vervolgens gaan uitbreiden. De plek kan verder worden uitgeblazen terwijl elders op de bestaande vegetatie juist zand wordt opgestoven (figuur 1).

Lang is gedacht dat dergelijke landschappen vrijwel alleen konden ontstaan door te intensief boerengebruik vanaf de middeleeuwen tot circa 1900. De boeren staken de zode van de heide weg (plaggen) en lieten hier hun schapen grazen. Beide activiteiten waren onmisbaar voor de bereiding van plaggenmest voor hun akkers. Vaak werd er té intensief begraasd en werden té vaak plaggen gestoken. Het zand bleef te lang kaal en ging verstuiven, een ramp voor de Gooise boeren. Maar juist hier is aangetoond dat al millennia voor de jaartelling het oerbos verdween, de bodem verarmde en het zand ging verstuiven. Toen deden de bewoners van het Gooi nog niet aan landbouw. Ze leefden van de jacht en het verzamelen van voedsel in de natuur. Hoe konden dan toch stuifzanden ontstaan?

Dateren van vroegere verstuivingen
Bodemkundigen kunnen aan lagen in de bodem herkennen hoe bossen, heidevelden en stuifzanden elkaar vroeger hebben afgewisseld. Verstuivend zand raakt in de loop van tientallen tot honderden jaren weer begroeid met heide of bos. Uit verterende bladresten komt dan organische stof vrij die in zeer arme en zure bodems gemakkelijk in het grondwater oplost. Ook ijzer en aluminium lossen onder die omstandigheden op. Met het regenwater spoelen deze stoffen naar de ondergrond waar ze op een diepte van enkele decimeters tot een meter weer neerslaan. Daar vormen ze een dichte korst. In het stuifzand bij de Laarder Wasmeren en ’t Bluk zijn meerdere van dergelijke lagen te zien, het bewijs dat het zand hier meerdere malen opnieuw moet zijn verstoven. Onderzoek toont aan dat 8000 voor Christus, 6.000 voor Christus en 4000 voor Christus zich hier grootschalige ontbossingen moeten hebben voorgedaan, gevolgd door zandverstuivingen (figuur 2).

vroegere verstuivingen

Bosbranden door de mens?
De enige verklaring voor de ontbossingen is dat er grote bosbranden hebben gewoed. Vermoed wordt dat de mens daarvan de aanstichter is. De jagers-verzamelaars uit deze tijd bedreven nog geen landbouw maar wisten de natuur wel al naar hun hand te zetten. Waarschijnlijk wisten ze dat in teruggroeiend bos veel hazelaars groeien. Hazelaars trekken grazende beesten aan waarop kon worden gejaagd. Bovendien waren hazelnoten een belangrijk bestanddeel van de maaltijd.

De Laarder Wasmeren
In de tijd van de eerste landbouwers, vanaf ca 3000 voor Christus, lag hier een heidegebied waar de boeren vee op lieten grazen. Ook toen ontstonden er stuifzanden. In sommige diep uitgestoven laagten waar de grond vochtig was, vormden de ingespoelde stoffen (vooral organische stof) plaatselijk dichte inspoelingslagen. Die waren zo dicht dat regenwater niet meer de bodem in kon zakken. Zo konden de Laarder Wasmeren ontstaan, waarvan het Groot Wasmeer het meest prominent is. Veel later werden de meertjes door de boeren gebruikt om schapen te wassen voordat ze werden geschoren. De naam Wasmeren komt daar vandaan (figuur 3).

laarder wasmeren

Rioolwaterpoel
Het laaggelegen Groot Wasmeer was vanaf het eind van de negentiende eeuw een gemakkelijke plek om het rioolwater van het zich uitbreidende Hilversum te lozen. Het Wasmeer werd door al het rioolwater steeds groter. Om ervoor te zorgen dat het water in de bodem zou zakken werd slib verwijderd en de oude ondoorlatende korst doorbroken. In de tweede helft van de twintigste eeuw bleek dat met het rioolwater veel verontreinigingen waren meegekomen. De drinkwaterwinning die ook op het Gooi plaats vindt, kwam daarmee in gevaar. Uiteindelijk was een grootschalige reinigingsoperatie nodig, waarbij het verontreinigde slib werd afgegraven.

De stuifzanden nu
Vanaf circa 1900 stopten de boeren met begrazen en plaggen, waardoor het stuifzand weer langzaam dicht kon groeien met heide en bos. De reinigingsoperatie van de Laarder Wasmeren was een kans om de stuifzanden weer te activeren. Hier was graafwerk voor nodig en dat kon ook worden ingezet om het stuifzand weer stuivend te maken. Daarbij kwamen de oude prehistorische inspoelingslagen weer aan het licht en zo kon het bewijs worden geleverd dat al in de prehistorie zandverstuivingen bestonden.

Opgesomd: wat herkennen we nog?

  • Heidevelden en ‘levende’ stuifzanden, reliëf waarvan het proces van uit- en instuiving is te zien.
  • Zichtbare oude inspoelingslagen. Doordat ze resistenter zijn tegen winderosie dagzomen ze in de hellingen van de duintjes.
  • Het Groot Wasmeer als natte laagte, deels met open water.
  • Ook in het bos dat sinds de negentiende eeuw is opgekomen of aangeplant zijn nog goed de stuifduinen zichtbaar.

Beheerder: Goois Natuurreservaat gnr.nl/de-natuur-in/gebieden/laarder-wasmeer