Geosite 35 Zonnestraal ©

Aan de rand van Hilversum staat het welbekende voormalige sanatorium Zonnestraal. Het is niet voor niets op die plek gebouwd. De rand van de Hilversumse heuvels heeft een lange geschiedenis van gebruik, bewoning en gezondheidszorg. In dit verhaal laten we zien hoe die gebruiksgeschiedenis nauw met de ondergrond en het landschap verbonden is.

zonnestraal

De arme rand
De heuvels van het Gooi, die meer dan 100.000 jaar geleden door het ijs zijn opgedrukt vanuit een riviervlakte, bestaan uit grindrijk materiaal met relatief rijke bodems. Op die rijke afzettingen ligt de Hoorneboegse Heide (zie geosite 34). Rond die stuwwal, zoals we zulke heuvels noemen, werd in de laatste koude en droge fase van de laatste ijstijd door de wind fijn zand afgezet. In de koude omstandigheden was het huidige Nederland een poolwoestijn. Daar kon zand vrij rondstuiven. Dit zand was veel armer bodemmateriaal dan dat van de stuwwallen. In de prehistorie werd het gebied daarom vermoedelijk maar beperkt door de mens gebruikt, hooguit om te jagen. Op de overgang van de top naar de armere flanken vinden we nog altijd wel de grafheuvels van nabij gelegen nederzettingen.

Perspectief op ontginning
Het karakter van de arme zandgronden drukte zijn stempel op het latere gebruik. De woeste gronden (heide en bos) van het Gooi waren vanaf de late middeleeuwen in gezamenlijk beheer van de boeren (Erfgooiers). Zij haalden er bijvoorbeeld strooisel voor in hun stallen. In de vroege zeventiende eeuw ontstond vanuit welgestelde Amsterdammers interesse om de arme zandgronden aan de rand van het Gooi aan te kopen en te laten ontginnen. De Erfgooiers gaven alleen toestemming voor ontginning van ’s-Graveland. Dat zou zich ontwikkelen tot een arcadische buitenplaatszone voor rijke Amsterdammers (zie geosite 41). Zelf probeerden ze in 1665 de omgeving van Zonnestraal te ontginnen, maar dat mislukte.

perspectief ontginning

Het lag afgelegen, de bodem was er arm en kende moerassige plekken, en in de omgeving stoof nog zand. Dat gebied werd in 1683 verkocht aan een zekere Simon Emtinck uit Loosdrecht. Hij koos voor bebossing in plaats van ontginning, een keuze die nog steeds het aanzien van het gebied bepaalt (figuur 1). De arme bodems waren vermoedelijk de belangrijkste reden daarvoor. Het bos grensde direct aan zijn Loosdrechtse bezittingen. Waarschijnlijk was de karige ondergrond de reden waarom de Erfgooiers het gebied überhaupt verkochten. In 1837 werd een aangrenzend stuk heide verkocht en bebost. Een deel van het gebied was al vóór de bebossingen gaan verstuiven door te intensief gebruik (figuur 2). De combinatie van bos op stuifzandreliëf is nog altijd kenmerkend voor het gebied.

Omvorming naar een buitenplaats
Rond 1800 werd het bos door de familie Emtinck verkocht. Het werd een zelfstandige buitenplaats, met een eigen boerderij en/of jachthuis. In het bos werden lanen aangelegd en sierelementen opgericht. Wandelaars in het bos rond Zonnestraal kunnen nog steeds op onverwachte elementen uit deze periode stuiten. Een nog bestaand voorbeeld is de Piramide, een heuvel aan het einde van een zichtlaan. Het bos was tot 1911 een buitenverblijf van de eigenaren, die er overigens maar zelden zullen hebben verbleven. In de periode 1911 – 1918 werd de buitenplaats verder uitgebouwd, met een eigen landhuis, de nog bestaande Villa De Pampahoeve, een moderne tuinaanleg en verschillende nieuwe inrichtingselementen. De nieuwe eigenaar verbleef er in die periode permanent.

Van wonen naar gezondheidszorg

van wonen naar gezondheidszorg

Toen de Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond een plek zocht voor een sanatorium voor tbc-patiënten, viel de keuze op De Pampahoeve. Namens de bond kocht een fonds het terrein van in totaal 116 hectare aan. Dat er al een villa stond was handig, maar vooral de heilzame lucht van het aanwezige naaldbos en de mogelijkheid tot wandelen werden voordelig voor het kuren geacht. Er was een lichte helling op het warme zuidwesten (belangrijk voor patiënten die veel zonlicht behoefden en vaak buiten lagen) en – niet onbelangrijk – het landgoed stond te koop. Praktische én landschappelijke factoren waren dus bepalend voor deze laatste grote transformatie tot Zonnestraal. Op het terrein verrezen paviljoens en een hoofdgebouw in de stijl van het Nieuwe Bouwen. Het terrein eromheen richtte men opnieuw in. Voor de nieuwe functie werd optimaal van de landschappelijke mogelijkheden gebruik gemaakt. Die bewust gelegde interactie tussen landschap en gebruik is nog altijd heel goed herkenbaar. Dat zien we bijvoorbeeld aan de open heide ten zuidoosten van de paviljoens en hoofdgebouw en het naaldbos aan de andere zijde, dat het complex bescherming biedt bij kille noorder- en oostenwind.

Opgesomd: wat herkennen we nog?

  • Zandverstuivingen als gevolg van overexploitatie van het landschap in de late middeleeuwen;
  • Relicten van een wal met greppel rond de vroegste ontginning (‘Tweede Blok’), mogelijk al in 1625 aangelegd als vertrekpunt voor de verdeling onder rijke Amsterdammers.
  • Een stuifwal oostelijk van één van de paviljoens als scheiding/veekering, aangelegd bij de gedeeltelijke verkoop van het Tweede Blok in 1683.
  • Historische bosbouw op armere zandgrond, verspreid over het terrein, waaronder relicten van hakhoutcultuur en mogelijk ook van de aanplant van verschillende naaldhoutsoorten.
  • De Zonneheide als relict van vermoedelijk de kapwerkzaamheden in de periode-Pampahoeve, met oudere verstuivingsrelicten, die recent is hersteld.
  • De onlangs herstelde contrasten tussen open heidelandschap ten zuidwesten van de sanatoriumgebouwen en de rugdekking door opnieuw ingeplant naaldbos.
  • De Bosdrift en het Loosdrechtse Bos als historische wegen én straatnamen, verwijzend naar de bosgeschiedenis.
  • Oude laanbomen langs een deel van die paden, zowel van de ruitvormige fase uit de negentiende eeuw (vooral in het noordoostelijk deel) als van de Pampahoeve-fase (pad langs de droge vijver).
  • De bouwmans- of opzichterswoning (later boswachterswoning) uit 1911 en de Villa De Pampahoeve uit dezelfde periode.
  • De terreinrichting rond Villa De Pampahoeve, met o.a. zijn boskamers en landschappelijke verbijzonderingen.
  • Wegenstructuur en bebouwing, zowel de zeer bijzondere modernistische architectuur als bijgebouwen (o.a. een bostheater) van de nazorgkolonie verspreid over het terrein.

Beheerder: Zonnestraal Hilversum B.V. https://www.zonnestraalhilversum.nl