Geosite 36/42 De Ster van Loosdrecht en Loosdrechtse Plassen ©

De geschiedenis is weerbarstig: onze voorouders streden in de middeleeuwen tegen het water. Enkele eeuwen later ontstond water als ‘vervelend bijproduct’ van de vervening en tegenwoordig recreëren we er met veel plezier. Veen en water spelen een centrale rol in het landschap van Loosdrecht. Hoe moeten we dat allemaal in de tijd zien?

loosdrecht ster en plassen

Veenbossen en veenkussens
Als we iets uitzoomen, hebben we te maken met de overgang van de Vechtoevers naar de zandgronden van het Gooi. Op die overgang kwam in de warme periode na de laatste ijstijd, zo vanaf 12.000 jaar geleden, een veenpakket tot stand (zie basistekst ‘veen’). Dat veen was niet overal hetzelfde. Dicht bij de rivier lag vooral voedselrijk veen, omdat het veen onder invloed van het rivierwater stond. Verder van het open water vandaan lagen ook hogere veenmoskussens. Die werden door regenwater gevoed. Vanuit het oosten liep een klein riviertje, de Drecht, naar de Vecht toe. Dit riviertje had invloed op het type veen in zijn omgeving. Tot de Rading (figuur 1) bestond de bovengrond uit veen, richting het oosten een steeds dunner pakket. Hogerop lag alleen hier en daar wat veen in laagtes in het zandgebied.

Nieuwe landbouwgrond

loosdrecht ster

Vanaf de elfde eeuw werden overal in West-Nederland veengebieden ontwaterd. Daardoor werden ze geschikt als landbouwgrond. Dat gebeurde volgens een vast principe: vanaf een begaanbare zone werden sloten haaks het veen in gegraven. Dat veen ontwaterde vervolgens. De begaanbare zone was in ons gebied in eerste instantie de Vecht. Van daaruit trok men de Drecht in, en startte daar met een eigen ontginning, met sloten haaks op de Drecht (figuur 2). Via de Drecht stroomde het zure veenwater naar de Vecht toe. Bij het uiteinde van de Drecht sloot men de ontginning waaier- of stervormig af. Vanaf dat ene punt werd naar de randen van de ontginning sloten aangelegd. Die randen lagen al vast, doordat er hogere gronden zonder veen lagen of doordat er andere veenontginningen eindigden. De Drecht is door de veenwinning voor een klein deel nog herkenbaar (figuur 3).

In de vijftiende eeuw werd deze sterverkaveling uit praktische overwegingen doorgetrokken op de hogere zandgronden ten oosten van Loosdrecht, die Kerkelanden werden genoemd. Op de overgang van veen naar zand kwamen in of voor de zeventiende eeuw grotere boerderijen / kleine buitenplaatsjes van de regionale elite tot stand. Deze speelden ook een rol in het ontstaan van de voorlopers van landgoed Zonnestraal (zie geosite 35).

Gebruik van veengronden
Het veen van Loosdrecht was vanaf de ontginning in de late middeleeuwen geschikt als landbouwgrond. Aanvankelijk kon men er nog gewassen verbouwen. Naarmate het maaiveld verder daalde door ontwatering van het veen was alleen gebruik als grasland nog mogelijk (zie basistekst ‘veen’). Om nog te kunnen afwateren moesten afzonderlijke polders actief door windmolens bemalen worden.

veengronden

Delfstoffenwinning
Gebruik van veen voor agrarische doeleinden was niet het enig mogelijke. Tekort aan hout en groei van de (stads)bevolking zorgden voor een enorme behoefte aan brandstof (zie basistekst ‘brandstof’). De veengebieden boden deze, in de vorm van turf. Die turfgraverij begon al in de veertiende eeuw. Omdat daardoor landbouwgrond verdween, ontstonden er regelmatig conflicten en werden regels opgesteld om verder landverlies te voorkomen. De energiehonger was erg groot! De turfwinning was daardoor zo belangrijk, dat het bleef doorgaan. De winning vond vooral plaats in het midden van het veengebied tussen Vecht en Gooi. Dat had twee redenen. Allereerst heeft hoogveen een veel hogere verbrandingswaarde. Dichter bij de Vecht zat er waarschijnlijk teveel klei in het veen. Verder naar het oosten werd het veen dunner, waardoor dat economisch minder rendabel was. Na het weggraven van het bovenste veenpakket werd vanaf de zestiende eeuw met baggerbeugels ook onder de waterspiegel veen gewonnen.

delfstoffenwinning

Wind en golfslag zorgden ook nog eens voor het verdwijnen van de legakkers (zie geosite 13), waardoor aaneengesloten plassen ontstonden (figuur 4). Vanaf de late achttiende eeuw nam het turfgraven af. De economische malaise was een reden voor het bestaan van een porseleinindustrie in Loosdrecht. De Porseleinhaven, die voor enige tijd werd aangelegd, verwijst naar dit verleden.
De ontstane plassen kregen daarna een rol in onder meer de drinkwatervoorziening en toeristisch-recreatief gebruik.

Opgesomd: wat herkennen we nog?

  • Verkavelingsrichting van de veenontginning van De Ster, zichtbaar in het landschap en plaatselijk nog zichtbaar in het bebouwde gebied van Loosdrecht in doorzichten en als perceelsscheidingen.
  • De Oud- en Nieuw-Loosdrechtsedijk als bewoningslint van de veenontginning.
  • De Rading als gebogen lijn in het landschap en als straatnaam, als achterzijde van de veenontginning op de overgang naar de zandgronden.
  • Sloten als perceelsscheidende en ontwaterende structuren in de veenontginning.
  • De Drecht als relict van de ontginningsas, in de plassen deels alleen nog zichtbaar door nog boven water uitstekende vroegere oevers.
  • Relicten van 17e- en 18e-eeuwse hofsteden langs de Nieuw-Loosdrechtsedijk, inclusief de middeleeuwse kerk; buitenplaats Sypesteyn is de vroeg-twintigste-eeuwse opvolger van voorgangers uit de zestiende eeuw.
  • Het systeem van veenontginningen met bewoningslinten en opstrekkende percelen binnen een geordend systeem van polders.
  • Water in de vorm van perceelsscheidende sloten tussen de intacte veenontginningen rondom de plassen.
  • Systemen van legakkers en trekgaten in verschillende gradaties van gaafheid: van een relatief gaaf systeem in de Kievitsbuurt tot de laatste relicten ten oosten van de Polder Mijnden.
  • Bewoningslinten omgeven door water als laatste relict van een ooit gebruikt veenontginningslandschap (o.a. Breukeleveen, Oud-Loosdrecht).
  • Oude kadesystemen die als enige zijn blijven liggen, waardoor de grote structuur nog zichtbaar is.
  • De Loosdrechtse Plassen zelf als voorbeeld van een uitgeveend delfstoffenwinningslandschap.
  • De Waterleidingplas als illustratie van gebruik van het plassengebied als nutsvoorziening.
  • De kenmerken van recreatieve uitbouw van het plassengebied als sociaal-maatschappelijke herwaardering van een winningslandschap in de 20e en 21e eeuw.

Beheerder: particulier, o.a. Natuurmonumenten https://www.natuurmonumenten.nl/natuurgebieden/loosdrechtse-plassen