Geosite 7 Akkers in eng bij Huizen ©

Ten westen van Huizen ligt op de Gooise stuwwal een aantrekkelijk landschap. Vanaf zandwegen als de Hoge Zeeweg is er zicht op het licht glooiende landschap waar akkers en bos elkaar afwisselen. In het noorden zijn er enkele uitzichtpunten op het Gooimeer. Het is een oud landschap. Al in de prehistorie werd hier akkerbouw bedreven.

huizer eng

De zandgronden van het Gooi vormden in de prehistorie een kaap van relatief droge, goed begaanbare gronden omgeven door natte onbewoonbare moerassen (figuur 1). De bodem bestond uit door het ijs opgestuwde rivierafzettingen, waar behalve zand ook leem en grind in voorkwam (zie basistekst ’stuwwallen’). Al vanaf circa 3000 voor Christus kon er op dergelijke gronden worden geakkerd. Het gesloten bos maakte plaats voor een mozaïeklandschap met verspreid liggende akkers, bosweiden, bosrestanten en verspreid liggende boerderijen.
Vanaf de negende en tiende eeuw was er een fundamentele verandering in de vestigingsvoorkeur voor de Gooise boeren. Ze vestigden zich voortaan het liefst op de lage randen van het Gooi, op de overgang van droge naar natte gronden. Daar konden ze droog wonen, maar was ook water beschikbaar voor mens en vee. Zo ontstonden dorpen als Huizen en Bussum. De bevolking groeide, en al spoedig breidde het akkerareaal weer uit naar de hogere delen van de stuwwal. Er ontstond hier een groot areaal aaneengesloten akkerland dat in dit deel van Nederland vaak als ‘eng’ wordt aangeduid.

plaggenlandbouw

Plaggenlandbouw
Om de akkers te kunnen bemesten was vee nodig. Het gebied buiten de eng werd daarom gebruikt om vee te weiden. Op deze wijze konden nutriënten van een groot gebied geconcentreerd worden op een veel kleiner akkerareaal, een belangrijk principe van de middeleeuwse landbouw op zandgronden. In de loop van de middeleeuwen ging de boeren ertoe over het vee ’s nachts in zogenaamde potstallen te houden. Daar werden de mest en de urine opgevangen in strooisel, zodat er minder voedingsstoffen verloren gingen. Het strooisel werd gewonnen door de zode van het bos en de heide te steken (plaggen). Het mengsel van mest en plaggen, door dierenhoeven goed vermengd, werd over de akkers verspreid. Die methode van bemesten werd steeds intensiever om de groeiende bevolking te kunnen voeden. Door eeuwenlang opbrengen van deze zandige plaggenmest kregen de akkers een hogere ligging. Er ontstond een voor de gewassen gunstig ‘plaggendek’ dat op de eng van Huizen tot 80 cm dik kan zijn (figuur 2).
Door het veeweiden en het plaggen maakte het bos langzamerhand plaats voor steeds opener heidevelden. Ook op de natte gronden werd vee geweid. Hier lagen graslanden die geschikt waren voor rundvee en die vaak ‘meent’ werden genoemd. Het vee van de heide of de meent mocht niet op de akkers komen.

vee kerende aarden wallen

Op de randen van de eng lagen veekerende aarden wallen, die begroeid waren met hakhout dat weer was doorgroeid met stekelige struiken. De heide is in dit deel van het Gooi inmiddels bebost, maar ten oosten van de eng, ten noorden van de sportvelden, ligt nog het grasland van de vroegere meent. Verscholen in het bos ligt de wal die de eng en de meent scheidde: de Koedijk (figuur 3). In het noorden vormde de klif de grens van de eng. Ook die had een vee- en wildkerende functie (zie geosite 6).

Landgoederenlandschap
Het landschap veranderde vanaf de negentiende eeuw (figuur 4). Het gebied werd aangekocht door vermogende particulieren. Op een deel van de akkers plantten ze hakhoutbossen. De vraag naar brandhout of eikenbast (voor leerbewerking) was daarvoor een belangrijke reden (zie basistekst ‘brandstof’). Maar waarschijnlijk ging het de nieuwe eigenaren ook om de jacht of om een mooi landgoed. De eng verloor hierdoor zijn grote openheid, maar er kwam een fraai afwisselend landschap voor terug. De hoogtes aan de Zuiderzeekust richtten ze in als uitzichtspunt.

Bewaarde eng
Vanaf het einde van de negentiende eeuw had het Gooi te maken met een sterke bevolkingsgroei, onder andere doordat het gebied populair was bij Amsterdammers die de volle en vervuilde stad wilden ontvluchten. Vrijwel alle Gooise dorpen zijn uitgebreid over de direct aan de dorpskern grenzende engen. Uitbreiding in de richting van de natte veengronden was veel moeilijker en kostbaarder. In Huizen, dat wel de laagte in groeide, is een groot deel van de eng bewaard gebleven.

Opgesomd: wat herkennen we nog?

  • Op de Zeeweg heeft de eng nog enigszins het karakter van een open akkercomplex. Er zijn aaneengesloten akkers en de zandweg is niet beplant. Op andere delen bestaat aantrekkelijke afwisseling met opgaand groen uit de tijd van landgoederen.
  • Koedijk als engwal: oude (rund)veekerende wal met grillige eiken tussen de eng en de meent.
  • Klif, zie geosite 6.
  • Voormalige engwal: Tussen de Hoge Zeeweg en de Zeeweg ligt een noord-zuidlopende wal, die mogelijk een oudere rand van de eng markeert.
  • Zandwegen. Er ligt op de eng een vrij intensief wegenpatroon met onder andere de Zeeweg, de Hoge Zeeweg en de Oud Naarderweg. Wellicht stammen ze uit de tijd dat de Zuiderzeekust verder noordelijk lag en hier nog lage gronden lagen waar met vee kon worden begraasd.

Beheerder: Goois Natuurreservaat https://gnr.nl/de-natuur-in/gebieden/naarder-eng/