Geosite 8-9 Muiderberg: klif en stormrug ©

Het kustlandschap van Midden-Nederland, rond de voormalige Zuiderzee is sinds de aanleg van de Afsluitdijk ingrijpend veranderd. Nog maar een eeuw geleden was Muiderberg een geliefde badplaats. De badgasten namen hun bad in de schaduw van interessante geologische fenomenen: een stormrug en een klif. Hoe kwamen deze structuren tot stand?

muiderberg: klif en stormrug

Wind, water en zand
Na de Romeinse tijd brak de actieve Noordzee steeds intensiever door in wat toen het Flevomeer heette. Daardoor ontstond het veel opener Almere (zie basistekst ‘IJsselmeer’). Oevers, bestaand uit slappe veengronden, werden daarbij door het water geleidelijk ‘weggevreten’. Golven deden hun werk aan de randen van de stuwwal, de hogere heuvels van het Gooi. Daardoor ontstond aan het meest westelijke restje stuwwal van Noordwest-Europa een steil klif. Ook bij Huizen, verder naar het oosten, vinden we zo’n klif.
Verder naar het westen in Muiderberg ligt een langgerekte rug die door de golven uit zand werd opgeworpen. Dit zand was afkomstig uit de weggeslagen delen van het klif. Doordat de rug werd opgeworpen door golven werd deze niet hoger dan enkele meters, zo hoog als de maximale stormvloeden. De stormrug is zo’n 500 meter lang en 10 tot 20 meter breed. Bijzonder aan de situatie in Muiderberg is dat de rug hier maar beperkt bebouwd is en ook niet voor zandwinning is afgegraven. In de afgelopen eeuwen stond er hakhoutbos op de stormrug, wat doet vermoeden dat er niet veel overstromingsgevaar meer was.

Gebruik van stuwwal, kust en stormrug
Het kenmerkende beeld van zee, strand, klifkust, stuwwal en stormrug zorgde voor een bijzonder gebruik van het landschap in de afgelopen eeuwen (figuur 1). De stuwwal met het klif was één van de weinige hogere, zandige plekken in de omgeving. Dat leidde er niet alleen toe dat daar een gebedshuis kwam te staan (aanvankelijk een kapel, later een kerk), maar ook dat begraven op die hoogtes de voorkeur had. De lijken konden dan door het bodemleven in de zuurstofrijke bodem goed worden afgebroken. In 1642 kwam een begraafplaats van de Hoogduitse joodse gemeente uit Amsterdam hier tot stand. De goede logistieke verbinding én de mogelijkheid om transport van lichamen te combineren met zandtransport naar Amsterdam gaf de doorslag in de keuze voor Muiderberg.

muiderberg: stuwwal kust en stormrug

In die tijd werden op de stuwwal van Muiderberg door rijke Amsterdammers buitenplaatsen gesticht. De bereikbaarheid vanuit Amsterdam via een trekvaart, de aantrekkelijkheid van de stuwwal en het fraaie uitzicht waren de belangrijkste redenen daarvoor.
Vanaf de aanleg van de tramlijn tussen Amsterdam en het Gooi in 1881 kwam Muiderberg in beeld als badplaats. Strandpaviljoens, aanlegsteigers met roeibootjes, een kerktoren als uitkijktoren en een badhotel ontwikkelden zich in de decennia daarna. Het zandstrand onderaan het klif kreeg hiermee een toeristisch-recreatieve functie, terwijl bovenop het klif de verblijfsfuncties een plaats vonden (figuur 2). Tegelijk bleef ook de natuur haar werk doen: de winterstorm van 1898 brak het klif steeds verder af. In 1904 moesten vervolgens huizen worden afgebroken omdat ze door het afbrekende klif beschadigd waren.

muiderberg: zuiderzee ijsselmeer en ijmeer

De stormrug lag én ligt wat terzijde van het meest intensieve recreatieve deel van Muiderberg, maar nog altijd dicht bij de oever. In 1921 kwam er een kiosk, gevolgd door een café in 1935 en een aantal huisjes in de decennia erna (figuur 3). De rug bleef verder relatief onaangetast bewaard.

Van Zuiderzee via IJsselmeer naar IJ-meer
De afsluiting van de Zuiderzee in 1932 zorgde voor ingrijpende veranderingen voor het voormalig kustgebied. De grote dynamiek verdween en het water werd zoet. De invloed van geologische processen op de klifkust en de stormrug verminderden eveneens. Tegelijk veranderde ook het toerisme van karakter; Muiderberg legde het af tegen de Noordzeekust. Al in 1910 was het badhotel verdwenen. Muiderberg werd hoofdzakelijk een forensendorp. De teruggaande economische betekenis van de kustzone is misschien ook wel de redding voor het bijzondere klif en de stormrug geweest.

Opgesomd: wat herkennen we nog?

  • Het reliëf van de klifkust (een forse steilrand) en het strand ervoor, benadrukt door de trappen die het mogelijk maken van dorp naar strand en vice versa te lopen.
  • De situering van de oude kerk boven het klif en het gebruik daarvan als uitzichttoren.
  • Bijzondere woonbebouwing bovenop het klif, als uiting van de waarde die men vroeger al toekende aan deze landschappelijke locatie (villa Flevorama, 1883).
  • Reliëf van de stormrug als een brede wal in het landschap, de ondiepte van het water en de ruimtelijke relatie met de Zuiderzee.
  • De bebouwing op de stormrug als verschijnsel, gerelateerd aan de afsluiting van de Zuiderzee en het badplaatstoerisme.
  • Relicten van opgaand groen, gerelateerd aan het beheer van houtopstanden in het verleden.

Beheerder: gemeente