Winning van brandstof

Het waterrijke landschap van Loosdrecht en Ankeveen hebben we te danken aan de enorme brandstofhonger van de Hollandse steden vanaf de late middeleeuwen.

Vuur is al duizenden jaren een eerste levensbehoefte van de mens. Het werd gebruikt om warm te blijven, om roofdieren op afstand te houden, maar ook om eten te bereiden en later zelfs het waswater mee te verwarmen. Om vuur te kunnen maken is echter wel brandstof nodig. Al vóór de introductie van de landbouw in onze contreien, zo’n 4.200 jaar voor Christus, moet de mens het landschap opener hebben gemaakt door het kappen van bos voor brandstof. Houtkap en agrarisch gebruik waren de belangrijkste redenen voor het verdwijnen van de vegetatie. In de loop van de geschiedenis waren er perioden dat het natuurlijke landschap zich wat kon herstellen, maar in de late middeleeuwen (1000-1500) werd brandstof door bevolkingsgroei heel schaars. Bossen raakten steeds verder uitgeput, zoals het Gooierbos, dat rond 1600 definitief verdween. Door het aanplanten van hakhout werd daarna geprobeerd om toch nog een regelmatige hoeveelheid hout te kunnen oogsten. In diezelfde late middeleeuwen waren enorme oppervlaktes aan veen ontwaterd om ze als landbouwgrond te kunnen gebruiken. Men kende echter ook de waarde van gedroogd veen (turf) als brandstof. De groei van de steden in West-Nederland dwong de Hollanders ertoe turf ook als brandstof te gaan inzetten. Al in de veertiende eeuw moesten er in de omgeving van Loosdrecht regels worden gemaakt om te zorgen dat er geen roofbouw op het landschap zou plaatsvinden. Desondanks ging de winning gewoon door, allereerst boven het grondwater door het af te steken en vervolgens daaronder, met een baggerbeugel. De turf uit de weggegraven zones, de petgaten, werd op stukjes gehandhaafd land, de legakkers, te drogen gelegd.

brandstof

De gewonnen turven liggen op het land te drogen. Bron: Beeldbank. SpaarnestadPhoto. Het Leven, 1918

Bij het steken van turf had men een voorkeur voor het verder van de Vecht gelegen hoogveen met een hogere verbrandingswaarde, waardoor de als gevolg daarvan ontstane plassen nu niet dicht bij de Vecht zelf liggen. Nog verder naar het oosten werd de laag veen te dun en daardoor minder interessant.

Zie ook:
Zandwinning
Ontginning van veengronden
Droogmakerijen en polders
Waterlinies